GESCHIEDENIS VAN HET VLECHTEN



Het mandenmaken door de eeuwen heen

Mandenmaken is het op kunstige wijze vervaardigen van voorwerpen, gevlochten van stengels en plantaardige vezels. Het Franse woord voor mandenmaken of vlechtwerk, "vannerie", is afgeleid van het woord "van" (Ned. wan). Deze tenen mand, die de vorm kreeg van een platte schelp, gebruikte men om daarin, al schuddend, het kaf van het koren te scheiden. De wan, symbool van de mandenmakerij, ziet men al in mythische voorstellingen uit de Oudheid afgebeeld.

Sinds onheuglijke tijden was de mens op zoek naar bruikbaar natuurlijk materiaal en zon hij ongetwijfeld al op manieren om plantenvezels te vervlechten om daar gebruiksvoorwerpen van te maken en omheiningen als bescherming tegen de dieren. Dit allereerste bind- en vlechtwerk vormde de primitieve basis van de mandenmakerij. Men kan dus veronderstellen dat de mens al vertrouwd was met het vlechten nog voordat hij het pottenbakken, het weven en het bewerken van hout en metaal had uitgevonden. Aangezien plantaardige grondstoffen aan bederf onderhevig zijn, zijn er maar weinig zaken overgebleven die ons iets vertellen over oorsprong en herkomst van het vlechtwerk. Sporen van vlechtwerk zijn gevonden op aardewerk uit het Neolithicum, wat aanleiding gaf tot tegenstrijdige stellingen. Volgens sommige archeologen zou het vlechtwerk hebben gediend als ondergrond voor het eerste aardewerk; volgens andere zou het aardewerk met kleirollen gemaakt zijn naar het voorbeeld van spiraalvlechtwerk of ander werk met aan elkaar genaaide vlechten. Nu nog wordt door Indianen in Noord-Amerika een mal van spiraalvlechtwerk gebruikt om er hun aardewerk in vorm te geven.

Met de ontwikkeling van de samenleving werden de technieken steeds verfijnder; het vlechtwerk maakte een dermate grote ontwikkeling door dat het een tak van nijverheid werd met aspecten die verschillen naar bevolkingsgroep, gebruikte grondstoffen en toegepaste werkwijzen.
Bekers en vazen van terracotta van 5000 jaar v. Chr., ontdekt in Iran, vertonen bewonderenswaardig fijne siermotieven, geïnspireerd op het vlechtwerk.
De opening, in 1922, van het graf van Toetankhamon, farao van Egypte omstreeks 1300 v. Chr., gaf ons vlechtwerk met palmmateriaal te zien, dat perfect geconserveerd is gebleven.

Ten slotte tonen fresco's en beeldhouwwerken uit de Oudheid ons dat het vlechtwerk bekend was bij de Grieken, de Romeinen, de Egyptenaren en de Perzen en dat het in taferelen van huiselijk en religieus leven werd afgebeeld. Plinius de Oudere, eerste eeuw van onze jaartelling, spreekt in zijn Natuurlijke Historie over de griendteelt. Handschriften leren ons dat de vrome kluizenaars uit de Egyptische woestijn, waaronder de heilige Antonius de Heremiet, patroon van de mandenmakers, het vlechtwerk beoefenden. Tot op de dag van vandaag vervaardigen volkeren in Afrika, Azië en Amerika traditioneel vlechtwerk, dat door zijn perfectie bewondering afdwingt.
Talrijke getuigenissen uit het verleden bevestigen dus de idee dat het vlechtwerk vroeger op alle continenten een belangrijke plaats in de samenleving ingenomen heeft.

In Europa en speciaal in Frankrijk werd de ontwikkeling en de organisatie van de mandenmakerij in eerste instantie door de gilden en vervolgens door de industriële revolutie bevorderd. Deze bedrijfstak werd dienstverlenend voor de grote economische sectoren: de landbouw, de visserij, de metaalindustrie, de spinnerijen en weverijen, het transport, en zo voort. Er werd een indrukwekkende hoeveelheid verpakkingsmateriaal en manden voor het goederentransport ontworpen, bestemd voor velerlei gebruik. De mandenmakerij werd een ware tak van nijverheid en het beroep van mandenmaker verkreeg groot aanzien.
In deze tijd heeft de mandenmakerij een in verhouding belangrijke positie in de ontwikkelingslanden; in de industrielanden is zij er daarentegen sterk op achteruit gegaan. In sommige landen van Oost-Europa houden de mandenmakers in door de staat beschermde en gecontroleerde cooperaties een hoge productie op gang die afgezet wordt in de westerse landen (Duitsland, Frankrijk, Nederland, Engeland) en in de Verenigde Staten.

bron: R. Duchesne, H. Ferrand, J. Thomas - Mandenmaken met wilgenteen


MEER ARTIKELEN >>